De meest interessante persoonlijkheden in het kunst en cultuurlandschap laten zich vaak moeilijk etiketteren. Een vrouw als Marie Serraris zou in een boek als “Wie is Wie” waarschijnlijk als beeldhouwster en/of ook als edelsmidse, ontwerpster van juwelen, geëtiketteerd kunnen worden. Dat is iets wat niet onjuist is, maar wat haar wel tekort zou doen. En ook al wist zij in haar sculptuur “Hawking”(2003) de beeldhouwkunst en de edelsmeedkunst in elkaar te laten overvloeien tot één beeld, toch ligt haar kracht verder dan deze verdienstelijke beroepstyperingen. Want wars van conventie, maakt zij ‘ongrijpbare, tijdloze beelden’, die beladen zijn met existentiële kracht en dus iets vertellen over het leven zelf.
Haar beelden zijn met haar tengere, sterke en grote beeldhouwerhanden gemaakt en hun kracht komt uiteindelijk van de vorm, van de configuratie van het object zelf.
Elke keer weer, bereikt ze sculpturen, wiens uiterlijke vormen vanuit innerlijke noodzaak ontstaan. Vormen zijn bij haar dan ook de met haar handen vermaterialiseerde gedachten of (on)bewuste denkbeelden over het leven zelf. Je zou kunnen zeggen, dat Serraris’ sculpturen een soort sacrale sculpturen zijn: voorbij religies, of beter gezegd zonder dat ze verbonden zijn met enige religie.
Ze ontstaan vanuit een intrinsieke kracht, meestal zonder literaire of ander soort verwijzingen, en zijn daardoor zelf sacraal. Hun existentiële, zinnelijke uitstraling, getuigt van menselijke potentie, van de verbeelding van ongrijpbare begrippen als leven en dood.
Via de taal van de vormen bereikt zij die erotische sensaties bij de kijker, zoals warmte ervaren wordt door zonnestralen…